|
Stichting LEVEN met Borderline door Ervaring Deskundig |
|
Borderline in combinatie met DIS, een stoornis apart.
Je zult het maar hebben, alsof Borderline nog niet
genoeg problemen geeft, stel dat er óók nog DIS (Dissociatieve
Identiteits Stoornis, het Vroegere MPS) in het spel is. Dit artikel
geeft overeenkomsten en verschillen weer tussen de twee stoornissen
en heeft tot doel uit te leggen wat de combinatie ervan nu eigenlijk
inhoudt, wat een mens onder deze last gebogen gaand ervaart en wat
het zoveel moeilijker maakt jezelf hiermee in de wereld te handhaven.
Nu neigt de hulpverlening spijtig genoeg nog vaak de term ‘aanstellerij’ in de mond te nemen wat betreft de hevige reactie van iemand met Borderline, ook speelt de gedachte dat het zgn. ‘negatieve denken’ van mensen met deze stoornis bewust en aldus expres zou gaan, terwijl het in feite voor deze mensen pijnlijk reëel is. Wat ziet men bij een persoon met de combinatie van Borderline en DIS gebeuren? Een wissel kan optreden bij zowel een emotionele trigger (waar hierboven een voorbeeld van gegeven staat, van hoe minuscuul deze trigger kan zijn) als een traumatische trigger. Gezien het bekend is dat Borderline ontstaat door een zekere aanleg in combinatie met een traumatische ervaring die in verband staat met de ouder, is het idee dat er een combinatie van DIS en Borderline bestaat toch eigenlijk uiterst logisch en aannemelijk als je bekijkt hoeveel mensen die lijden aan DIS in een incestsituatie hebben gezeten, wat moet (kunnen) betekenen dat hun ouders op meerdere vlakken in de fout gegaan zijn.
Vergelijking van gedrag De manier van aandacht vragen is één en al contrast bij de persoon met DIS en de persoon met Borderline. Iemand met Borderline heeft nooit geleerd hoe positief om aandacht te vragen en slaakt vaak uit pure wanhoop een kreet om hulp die helaas door de hulpverlening nog vaak wordt geïnterpreteerd als ‘manipulatief’. Een DIS’er heeft geleerd geen aandacht te vragen. Sommigen met de combinatie komen er op tijd achter dat ze alleen geloofd worden wat betreft hun binnenwereld als ze zich conformeren aan het gedragspatroon dat degene met DIS zonder verdere persoonlijkheidsstoornis hierop nahoudt, en zo belanden ze in dezelfde categorie als de meeste DIS’ers. Anderen die hier niet van weten en heen en weer geslingerd worden tussen ‘geen aandacht mogen’ en tegelijkertijd de schreeuw van ‘help me dan, zie me dan’ ervaren, zijn eenzaam en onbegrepen in hun gevecht voor erkenning, hun innerlijke strijd en het afgekaatst worden door de hulpverlening. Vaak komen ze, door de moedige stap te zetten om eerlijk (open) te zijn (zwart/wit; extreem eerlijk, niet ontwijkend of ontkennend zoals iemand met DIS alleen), zelfs in de categorie van ‘simulanten’ terecht. Dit met de reden dat het ‘overdreven’ overkomt en niet past bij het gedragspatroon van de gemiddelde patiënt die aan DIS lijdt.
Het dilemma van patiënten; laat ik mijn binnenwereld zien of niet? Het is in de psychiatrie algemeen bekend omtrent DIS dat iemand met dit specifieke mechanisme zichzelf niet wil laten zien, in onmin leeft en zijn binnenwereld verbergt. Wat echter het geval is bij Borderline is dat de patiënt een probleem heeft in de emotie-regulatie, met als resultaat dat deze tijdenlang kan rondlopen met te heftige, zich opbouwende emoties die er plots kunnen uitbarsten. Er is sprake van een krachtige ambivalentie bij iemand die lijdt aan de combinatie, waarin de klachten zich zo sterk in elkaar verweven in hun actie-reactiepatroon, dat deze niet langer van elkander onderscheiden kunnen worden. Zelfs een primaire of secundaire stoornis is er niet meer uit te halen, het vormt een geheel nieuw ziektebeeld. Er is echter een duidelijk herkenbaar punt; patiënten met Borderline én DIS zijn over het algemeen wanhopig op zoek naar iemand die genoeg te vertrouwen is om hun binnenwereld te kunnen en willen zien, iets dat bij een patiënt met alleen DIS juist erg sporadisch voorkomt.
Hoe komt het dat de hersenen zowel DIS als Borderline ontwikkelen? DIS is een overlevingsmechanisme, een gezonde kindergeest besluit in een ernstig traumatische situatie te dissociëren, zodat het zich later de gebeurtenis niet meer zal herinneren om zo te kunnen overleven. Bij herhaling van het trauma kan/zal weer hetzelfde gebeuren. Later in het leven blijken de herinneringen er nog wel te zijn,maar bij andere ‘alters’. Iedere afzonderlijke alter groeit op met het betreffende trauma nog op het netvlies waardoor persoonlijkheidsstoornissen kunnen ontstaan bij de primaire persoon en de alters.
Cliënten zo vaak minderjarig Nog een fout die met diagnosticeren in de hulpverlening veel gemaakt wordt is de weigering om minderjarigen een specifieke diagnose te geven, ondanks dat het overduidelijk is dat er sprake is van de specifieke problematiek in kwestie. Er zijn niet voor niets vragenlijsten voor kinderen en adolescenten m.b.t. dissociatieve problematiek, maar als hieruit de diagnose DIS komt vindt de hulpverlening het ‘te eng’ om erkenning te verschaffen. Ook blijkt dat de hulpverlening vaak uit angst om de verkeerde diagnose te geven of een fout te maken een factor buiten de patiënt zoekt die misschien het ziektebeeld zou kunnen veroorzaken en van de waarheid van die gedachte zo overtuigd raakt dat deze ieder woord en ieder gebaar interpreteert als bevestiging voor deze zaak zonder reëel bewijs. Hiermee kan zowel het leven van de patiënt als die van de buiten de patiënt om gezochte factor compleet verscheurd worden terwijl uiteindelijk toch blijkt dat de patiënt het desbetreffende ziektebeeld inderdaad had.
Conclusie Bij een patiënt met DIS én Borderline is niet meer te onderscheiden waar de Borderline eindigt en de DIS begint, er ontstaat een geheel nieuw actie-reactiepatroon waaruit blijkt dat deze combinatie een stoornis apart vormt. Mensen die lijden aan een combinatie van zowel Borderline als DIS verkrijgen zelden nog herkenning van symptomen en erkenning van problematiek, zeker als het om minderjarigen gaat. Copyright Stichting LEVEN met Borderline
|
![]() |
|
Copyright © 2002 - 2010 Stichting LEVEN met Borderline |